12 april 2010
Volgens mij moet ik als rechtgeaarde lezer even wat rechtzetten. Gadgetfreaks, mediamagnaten en Apple doen allemaal alsof eBoeken de toekomst hebben. Zij roemen de iPad voor de enige daadwerkelijke functionaliteit: de lichtheid van het lezen. Waar en wanneer je wilt heb je een lichtgewicht dikke pil. Wat zeg ik, één dikke pil? Víjftig, hónderd, hónderdvíjftig pillen in één padje. Handig als je geen zin hebt om dagelijks honderdvijftig boeken mee te slepen.
Nou lees ik zelf meestal één, hooguit twee boeken tegelijk. Toegegeven, als we op vakantie gaan dan ligt mijn helft van de kofferbak vol romans. Die nemen nogal wat plek in beslag, dus een vakantie-iPad zou zeker handig zijn. Ik zie ons al zitten. iPad en ik in de zon op de camping. Op gezette tijden smeer ik ons in met factor 30, zodat we er weer even tegen kunnen. iPad en ik op het strand. Mijn lief wenkt me vanuit zee, ik gooi m’n boek in het zand en ren naar de waterkant. Zou het Apple team daar ook voor Applaudiseren?
De huidige profetie luidt dat papieren boeken een zachte dood gaan sterven. Zoals de grammofoonplaat en de analoge fotografie. Als de grammofoonplaat dood is dan moet het toch flink stinken bij ons thuis. De ontbinding staat rijen dik. Bij Bono, Brood (okay, slecht voorbeeld) en Bowie valt het vlees van de botten. Nee, ik voorspel dat een lezer nooit zonder z’n boek kan. Het is de beleving. Ter motivatie van dat standpunt: een vrouw zal altijd lekker in een stad blijven shoppen, ook al is er van alles online te koop. En naast een digitale wereld aan wellust bestaat de Playboy toch ook nog steeds? Bovendien, gister liet ik high op de lavendel weer eens m’n boek in het badwater flikkeren. Dat worden me straks een portie peperdure pockets!