15 februari 2010
Vier taalwetenschappers uit Nijmegen besloten dat 'hun' een acceptabel onderwerp is in een zin. Bij De Wereld Draait Door van 9 februari mocht taalwetenschapper Helen de Hoop dat komen toelichten. Minster Plasterk zat naast haar als tegenstander. Het gesprek begon met een pleidooi van Mevrouw De Hoop. Daarna was Dhr. Plasterk aan de beurt. Oh nee, toch niet. De wetenschapper pruttelde nog wat na….dan nu Plasterk. Oh nee nog niet. De wetenschapper zat zich nu verbaal op te winden. Plasterk maakte een geintje om aan het woord te komen. Dat mislukte. Hij maakte een omtrekkende beweging, maar kreeg er geen complete zin tussen. Hij sprak ronduit ‘ik wil even mijn punt maken’, maar dat zinde de wetenschapper niet.
Ze was gedecideerd. Ze werd zelfs een beetje boos. En ze bleef te allen tijde humorloos. Dit was een serieuze zaak. Gelukkig gaf ze een voorbeeld dat van nature grappig was. Humor is toch vaak de beste boodschapper. ‘De reden dat hun erg handig is als onderwerp’, zo verklaarde ze, ‘is vooral dat men meteen snapt dat het over mensen gaat. Zo is ‘Hun hangen aan de kapstok’ niet bepaald logisch, maar is het wel duidelijk dat het hier hangende mensen betreft.’ Daar konden Jort, Matthijs en ik wel even om gniffelen. Waarna ik me direct met schrik realiseerde: haar redenering is lek.
Voor de taalwetenschappers verwijst ‘hun’ logischerwijs naar mensen. Maar voor de gemiddelde Nederlands sprekende medemens? Zeg jij nooit ‘Mijn boek, wat op tafel ligt’? Of ‘Jouw taalkennis is groter als die van mij’? Ergo, bij de zin ‘Hun hangen aan de kapstok’ gaat het in de volksmond gewoon over jassen. Kortom, waarde wetenschappers, dit was beslist geen handig kapstokje om uw redenering aan op te hangen.