8 juni 2009
Afgelopen weekend had ik een vriendin op bezoek. Ze promoveerde vorig jaar en kreeg de titel dr. voor haar naam; de overtreffende trap van drs. Ik ben niet helemaal thuis in titels, maar intrigerend zijn ze wel. Dus even naar taaladvies.net. Daar bleek dat een dr. er nog een prof. vóór, en een mr. ir. achter kan krijgen. (Als je ooit zoveel wijsheid vergaart, dan laat je naam verder maar weg. Na prof. dr. mr. ir. let niemand nog op ‘Henk’ of ‘Annie’.)
Bestaat er al een titel voor humor? Dat zou eigenlijk wel moeten. Ik ken die vriendin nou een jaar of 18 en ze heeft menig lachrimpeltje bij mij verwekt. Zaterdag was het weer raak (natuurlijk had ik bij de clou net m’n mond vol wijn).
We zaten lekker buiten en ze vertelde: haar stagiair is net klaar. Zijn stageperiode eindigde met een schriftelijk verslag. Nou had hij vooraf al gewaarschuwd voor zijn schrijfkunsten. Die waren ‘misschien niet helemaal van VWO niveau’. Een historische uitspraak, waar de titel euf. voor mag. Van eufemisme.
Vol goede moed begon ze zijn teksten te lezen. Volledig in het besef, overigens, dat menig exacte wetenschapper zijn taalknobbel bij zijn dood nog steeds moet ontdekken. Maar toch. Die taalfouten, grammaticamonsters en het spellingspijkerschrift! Ze las met stijgende verbazing en dacht aan mij.
Terwijl ze zaterdag haar verhaal deed, kwamen de gevoelens van ongeloof weer terug. Ik las op haar gezicht ‘hoe maak ik dit duidelijk?’ Maar het lukte. Na een aanloop vond ze de juiste woorden: ‘Jij was er als tekstschrijver vast moedeloos van geworden. Nee, machteloos! Nee! Blind!!’
De humor van de overtreffende trap. En mijn lachspieren begeleidden het slokje wijn richting grasveld.