27 juni 2009
Snurken is een latent soort praten. Communiceren, in elk geval. Je hebt allerlei soorten, zoals de zaag-snurk, de knor-snurk of gewoon de snurk-snurk. Als ik vanaf de andere kant van het bed een bepaald type hoor, weet ik hoe laat het is. Zagen betekent: ‘Ik ben diep in slaap’. Dan kan ik net zo goed meteen m’n biezen pakken en aftaaien richting logeerkamer. Knorren betekent: ‘Er valt met me te praten. Zelfs zonder dat ik wakker wordt’. Ik vraag in zo’n geval zachtjes ‘wil je op je zij gaan liggen?’. En ziedaar: dat gebeurt! Altijd, zonder mankeren. Eenmaal op de zij, is er taal nog teken meer van welke snurk dan ook.
Dan is er nog de snurk-snurk. Meestal geïnspireerd door Grolsch. Deze snurk is er één om wakker voor te blijven. Wat vaak handig uitpakt, want wakker word ik er wel van. Het gaat van laag naar hoog van grmbl naar grvrr. Heel grappig. Vooral als je ook het beeld ziet bij deze geluidseffecten.
Toch spreken mijn bedgenoot en ik helaas niet dezelfde taal. Zo beweert hij dat ik ook snurk. Maar heeft ie absoluut geen idéé wat ik zeg. Moet ik toch maar blijven oefenen op het articuleren.