10 juli 2009
Ik zat te overwegen waar m’n tekstje vandaag over zou gaan. ‘Schriek’ was een goede optie. Die prachtige plaatsnaam van dat lelijke Belgische plaatsje. Waar elke inwoner z’n best doet de naam waar te maken. Zoals de serveerster in de plaatselijke kroeg. Ze verwelkomde ons dorstige passanten met een gezicht van ‘Schriek! Klanten!’. Of de kaartende oudjes die onze afgeladen auto met grote ogen van Schriek! monsterden. En niet te vergeten de Schriekstraat, waar minstens één familie Schriekstra zal wonen. Maar nee, over de Belgische taal hebben we deze week wel genoeg geblogd.
Misschien kan ik het woord ‘bizar’ eens nader bekijken. Het betekent vrijwel hetzelfde als curieus, absurd, zonderling en typisch. Woorden die slechts weinigen dagelijks bezigen, terwijl bizar het nieuwe nationale knuffelstopwoord is. Een opvallend trendje in onze taal.
Tot het perfecte onderwerp van geblog me ineens te binnen schoot. Ik ben alweer dagen aan het mailen, praten en sms-en over vakantie. De één gaat, de ander heeft net geboekt en een derde is er bizar aan toe. En als schrijver over taal laat ik zo’n heerlijk onderwerp niet aan m’n neus voorbij gaan. Dus dit is een blog over ‘Op vakantie in eigen taal’. Dat klinkt wel catchy toch? Juist. Maar wat heb ik er over te melden?
Bizar weinig eigenlijk. Dus zo schreef ik een blog over dingen waar ik niet over ging schrijven. Wordt hopelijk wel vervolgd. Zodra ik uitdokter waar die titel over gaat. Al bestaat de kans dat ik daarvoor eerst uitgebreid op vakantie moet.