3 november 2009
Voor iedereen wiens ding het niet is: ik adviseer schrijven. Zelf typ ik dit met een topzwaar hoofd, dat om de zoveel tijd moet niezen en dan voorover in het sproeiafval even rustig op adem komt. Ik klink als Darth Vader, zie er uit als een mislukte toekan (de snavel is mijn neus of andersom) en probeer de hele tijd een prop watten doormidden te denken. Maar hebt u daar last van? Nee. En dat zou wel even anders zijn als ik dit verhaaltje persoonlijk kwam vertellen.
Daarom is schrijven dus gezond. Het beperkt de bacillenoverdracht aanzienlijk. Toch moet ik mijn pleidooi voor het papierwerk hier al onderbreken. Twee woorden: Vaag Taal. De site www.vaagtaal.nl lanceerde gisteren de Vaagtaalverkiezing 2009. Typische buzzwoorden, spreektaaltijgers en turbotoppers. De top vijf:
1. je ding doen
2. een stukje
3. proactief
4. zeg maar
5. doorcommuniceren
Of, in een taalkundig iets logischer volgorde: Je ding doen vraagt om een stukje proactief doorcommuniceren, zeg maar.
Ik denk alleen niet dat we het Vaag Taal moeten noemen. Behalve ‘doorcommuniceren’, is de hele top vijf me glashelder. Het zijn gewoon heerlijke uitsmijters. Onmisbare taalnieuwigheden, die een uitgebreide gedachtegang bondig samenvatten in bijvoorbeeld ‘zeg maar’.
Vage en tegelijk allesomvattende uitspraken hebben een lange geschiedenis. Ik herinner me uit mijn kleuterjaren een vriendinnetje dat altijd vroeg ‘waarom?’. Ik kon dan kiezen tussen een eloquente uitleg van mijn voorstel/keuze/wens, of ik kon zeggen ‘Om tóch’. Klaar ben je. (Hé, dat is er nog één).
Ook ‘wat jij wil’ en ‘soort van’ verleenden menig gesprek een diepgang die anders niet snel bereikt was. Ik zeg leve de vage taal, weet je wel.