18 juni 2009
Paul de Leeuw is een kijkcijferkanon. Wie bij Mooi Weer De Leeuw aan tafel zit weet de ogen van de natie op zich gericht. Zo ook Paulien Cornelisse, schrijfster van het eerder beblogte boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’. Om een voorzet te doen voor een blurb (enthousiaste recensie voor de achterflap): ‘Terwijl ik de hele week genoot van Pauliens’ columns, werd het boek me van alle kanten aangeraden.’ Mooi toch? En ook nog ongelogen, echt waar.
De titel sprak zo tot de verbeelding van mijn familie- en kennissenkring, dat ze allemaal meteen aan de taalliefhebber in hun midden dachten. Maar jongens, ik wil er maar mee zeggen: ik heb ‘em al hoor (binnenkort ben ik weer jarig, vandaar).
Ik heb ‘em zelfs al uit. Toch weet ik nu al dat de woorden van deze schrijfster nog lang blijven hangen. Ik hoor ze zodra ik iew, vet of eigenlijk zeg. Of wanneer ‘we’ zwanger worden en overwegen het kind Spijker, Venus of Nike te noemen. Of als ik iets zooo Nederlands vind. Maar vooral, wanneer ik iemand verbeter. Nee, ik moet zeggen ‘subtiel’ verbeter. Door het beter te herhalen. Nooit bij stil gestaan dat ik dat doe. Maar toen ik die grap van Paulien las, zat ik hardop te lachen. En dat is toch een vorm van herkenning.
‘Ik heb geen Latijns gehad op school.’ ‘Nee, heb je geen Latijnnn gehad?’ Hahahaha!