28 oktober 2009
Als een gevierd voetbaltrainer een boek uitbrengt, dan heeft hij duidelijk wat te vertellen. In het geval van Louis van Gaal staat álles wat hij kwijt wil tot op de letter afgepast beschreven. Daar valt niks aan toe te voegen of aan af te dingen. Een gesprek over het boek? Ingaan op zijn anekdotes? Vragen stellen over zijn gevoelens? Quatsch. Toch waagde Matthijs van Nieuwkerk het. Ik was blij voor Matthijs dat wij allemaal, en hij dus ook, al tientallen jaren weten hoe Louis doet in zo’n gesprek. Stel dat je hem niets vermoedend ging interviewen! Je zou jankend onder tafel eindigen en instinctief met je tranen zijn schoenen poetsen. Om daarna te stoppen met interviewen. En jij niet alleen; er bleef geen journalist meer over. Wat is er eigenlijk geworden van de allereerste ziel die Van Gaal ooit sprak?
Terug naar het interview. Wat Van Gaal van de vragen vindt, wordt kristalhelder op z’n Louisiaans. Ik ken geen gezicht dat beter is ontworpen op de mening van de drager. Die wenkbrauwen in een stand van constante opgetrokkenheid. Die mondhoeken, zelfs in ruste gekruld in een aura van geringschattendheid. Deze man, die zijn werk niet kan doen zonder een gezonde dosis mensenkennis, leek onaangenaam verrast door de menselijke hang naar drama. ‘Ik heb het in totaal nog geen pagina lang over Johan Cruijff en toch vraag je daar maar over door’, sprak hij gebelgd. Tafelheer Marc-Marie Huijbregts kwam er aan te pas om uit te leggen hoe dat werkt: mensen willen het pikante.
Het moet gezegd dat Van Nieuwkerk een dappere strijd leverde. Zo dacht hij met een grap te kunnen beginnen. Hij liet de beelden zien van de boekpresentatie, waarbij Van Gaal het ‘mijn autobiografie’ noemde. Zijn biograaf herkende je meteen; dat was de man die achter hem van kleur verschoot. Maar óf het verschil tussen autobiografie en biografie was Van Gaal nog altijd niet duidelijk, óf hij vindt zelfspot een verwerpelijke eigenschap. In elk geval gaf hij geen krimp. Slecht begin en daarna kwam het verwachte riedeltje van: vraag, geen antwoord, maar een uitleg over waarom de vraag niet deugt. Enzovoort.
De dynamiek tussen de drie mannen aan tafel maakt toch dat ik met interesse keek. Alles was mogelijk. Straks scheldt Van Gaal Marc-Marie ineens uit of eindigt Matthijs toch als schoenenpoetser. Maar nee. Louis van Gaal eindigde doodleuk met een sympathiek-wakkere opmerking, kreeg de lachers op zijn hand en blikte de zaal rond met een warme lach op zijn gezicht. Zodat wij allemaal dachten: gaan die persoonlijkheden samen in één man? Misschien staat het antwoord in zijn boek.